Omdat wij niet alle boekverslagen op de computer hebben staan, zullen wij deze meenemen naar ons mondeling.
De titels van onze boekverslagen kun je zien in de lijst hiernaast.
vrijdag 2 november 2007
Gedicht 6: My Rival
My Rival - Rudyard Kipling
I go to concert, party, ball--
What profit is in these?
I sit alone against the wall
And strive to look at ease.
The incense that is mine by right
They burn before her shrine;
And that's because I'm seventeen
And She is forty-nine.
I cannot check my girlish blush,
My color comes and goes;
I redden to my finger-tips,
And sometimes to my nose.
But She is white where white should be,
And red where red should shine.
The blush that flies at seventeen
Is fixed at forty-nine.
I wish I had Her constant cheek;
I wish that I could sing
All sorts of funny little songs,
Not quite the proper thing.
I'm very gauche and very shy,
Her jokes aren't in my line;
And, worst of all, I'm seventeen
While She is forty-nine.
The young men come, the young men go
Each pink and white and neat,
She's older than their mothers, but
They grovel at Her feet.
They walk beside Her 'rickshaw wheels--
None ever walk by mine;
And that's because I'm seventeen
And She is forty-nine.
She rides with half a dozen men,(She calls them "boys" and "mashers")
I trot along the Mall alone;
My prettiest frocks and sashes
Don't help to fill my programme-card,
And vainly I repine
From ten to two A.M. Ah me!
Would I were forty-nine!
She calls me "darling," "pet," and "dear,"
And "sweet retiring maid."
I'm always at the back, I know,
She puts me in the shade.
She introduces me to men,
"Cast" lovers, I opine,
For sixty takes to seventeen,
Nineteen to forty-nine.
But even She must older grow
And end Her dancing days,
She can't go on forever so
At concerts, balls and plays.
One ray of priceless hope I see
Before my footsteps shine;
Just think, that She'll be eighty-one
When I am forty-nine.
Eigen Mening
Ik vond het een heel mooi gedicht om te lezen. Het is makkelijk te begrijpen en het rijmschema is duidelijk herkenbaar (gebroken rijm). Het zijn korte maar veelzeggende zinnetjes, waardoor je als lezer sneller door gaat lezen en de links binnen het gedicht beter kunt leggen.
Ik vind de tegenstelling tussen de twee personages heel mooi uitgewerkt. De één is een zeventien jarig meisje en de ander een negenenveertig jaar oude vrouw. Het zeventienjarig meisje scheelt niet alleen in leeftijd veel met de vrouw, maar ook qua uiterlijk en manieren, terwijl je eigenlijk zou zeggen dat het ondersom zou moeten zijn.
Zo zit het jonge meisje steeds alleen langs de kant bij feestjes en is ze een beetje onhandig en niet zo super knap. De oudere vrouw staat echter constant in het middelpunt van de belangstelling. Ze is heel knap en wordt aanbeden door mannen (het zeventienjarig meisje niet) en ze doet alles op de juiste manier. Zo heeft ze zichzelf volledig onder controle, terwijl het zeventienjarig meisje dat niet heeft aangezien zij nogal eens bloost.
Het jonge meisje wenst dat ze is zoals haar negenenveertig jaar oude voorbeeld. Maar denkt het meisje; “Just think, that She’ll be eighty-one
When I am forty-nine.”
Hiermee is meteen de wijze les in dit gedicht geciteerd: Laat je niet op je kop zitten, want jou tijd komt nog.
I go to concert, party, ball--
What profit is in these?
I sit alone against the wall
And strive to look at ease.
The incense that is mine by right
They burn before her shrine;
And that's because I'm seventeen
And She is forty-nine.
I cannot check my girlish blush,
My color comes and goes;
I redden to my finger-tips,
And sometimes to my nose.
But She is white where white should be,
And red where red should shine.
The blush that flies at seventeen
Is fixed at forty-nine.
I wish I had Her constant cheek;
I wish that I could sing
All sorts of funny little songs,
Not quite the proper thing.
I'm very gauche and very shy,
Her jokes aren't in my line;
And, worst of all, I'm seventeen
While She is forty-nine.
The young men come, the young men go
Each pink and white and neat,
She's older than their mothers, but
They grovel at Her feet.
They walk beside Her 'rickshaw wheels--
None ever walk by mine;
And that's because I'm seventeen
And She is forty-nine.
She rides with half a dozen men,(She calls them "boys" and "mashers")
I trot along the Mall alone;
My prettiest frocks and sashes
Don't help to fill my programme-card,
And vainly I repine
From ten to two A.M. Ah me!
Would I were forty-nine!
She calls me "darling," "pet," and "dear,"
And "sweet retiring maid."
I'm always at the back, I know,
She puts me in the shade.
She introduces me to men,
"Cast" lovers, I opine,
For sixty takes to seventeen,
Nineteen to forty-nine.
But even She must older grow
And end Her dancing days,
She can't go on forever so
At concerts, balls and plays.
One ray of priceless hope I see
Before my footsteps shine;
Just think, that She'll be eighty-one
When I am forty-nine.
Eigen Mening
Ik vond het een heel mooi gedicht om te lezen. Het is makkelijk te begrijpen en het rijmschema is duidelijk herkenbaar (gebroken rijm). Het zijn korte maar veelzeggende zinnetjes, waardoor je als lezer sneller door gaat lezen en de links binnen het gedicht beter kunt leggen.
Ik vind de tegenstelling tussen de twee personages heel mooi uitgewerkt. De één is een zeventien jarig meisje en de ander een negenenveertig jaar oude vrouw. Het zeventienjarig meisje scheelt niet alleen in leeftijd veel met de vrouw, maar ook qua uiterlijk en manieren, terwijl je eigenlijk zou zeggen dat het ondersom zou moeten zijn.
Zo zit het jonge meisje steeds alleen langs de kant bij feestjes en is ze een beetje onhandig en niet zo super knap. De oudere vrouw staat echter constant in het middelpunt van de belangstelling. Ze is heel knap en wordt aanbeden door mannen (het zeventienjarig meisje niet) en ze doet alles op de juiste manier. Zo heeft ze zichzelf volledig onder controle, terwijl het zeventienjarig meisje dat niet heeft aangezien zij nogal eens bloost.
Het jonge meisje wenst dat ze is zoals haar negenenveertig jaar oude voorbeeld. Maar denkt het meisje; “Just think, that She’ll be eighty-one
When I am forty-nine.”
Hiermee is meteen de wijze les in dit gedicht geciteerd: Laat je niet op je kop zitten, want jou tijd komt nog.
Gedicht 5: Love’s Philosophy
Love’s Philosophy - Percy Shelley
The fountains mingle with the river
And the rivers with the ocean,
The winds of Heaven mix for ever
With a sweet emotion;
Nothing in the world is single,
All things by a law divine
In one spirit meet and mingle -
Why not I with thine?
See the mountains kiss high Heaven
And the waves clasp one another;
No sister-flower would be forgiven
If it disdained its brother;
And the sunlight clasps the earth,
And the moonbeams kiss the sea -
What are all these kissings worth
If thou kiss not me?
Eigen Mening
De dichter maakt een vergelijking tussen de manier waarop alles op aarde met elkaar is verbonden en de manier waarop hij zich verbonden wil voelen met degene van wie hij houdt. Dit is typerend voor een romantisch gedicht, omdat het gedicht emoties uit en het over de aarde/natuur gaat. De dichter denkt over de liefde als iets groots met veel details, aangezien hij ook de grote dingen en de details van de aarde beschrijft. (De dichter heeft het zowel over de bergen die “tot de hemel komen” en over de bloemen die naast elkaar groeien.)
Hij maakt een vergelijking door in de twee octaven in de eerste zes regels de aarde aan bod te laten komen en in de laatste twee regels steeds zijn liefde. Zo ontstaat een terugkerende rangorde van regels, waardoor het gedicht overzichtelijker wordt en meer samenhang gaat vertonen.
Ik vind dat de dichter de vergelijking heel mooi heeft gemaakt, omdat hij de hele aarde en zelfs een deel van het heelal (de maan) met zijn liefde vergelijkt. Dat lijkt me moeilijk, maar zoals de dichter het weergeeft lijkt alles heel samenhangend en logisch.
The fountains mingle with the river
And the rivers with the ocean,
The winds of Heaven mix for ever
With a sweet emotion;
Nothing in the world is single,
All things by a law divine
In one spirit meet and mingle -
Why not I with thine?
See the mountains kiss high Heaven
And the waves clasp one another;
No sister-flower would be forgiven
If it disdained its brother;
And the sunlight clasps the earth,
And the moonbeams kiss the sea -
What are all these kissings worth
If thou kiss not me?
Eigen Mening
De dichter maakt een vergelijking tussen de manier waarop alles op aarde met elkaar is verbonden en de manier waarop hij zich verbonden wil voelen met degene van wie hij houdt. Dit is typerend voor een romantisch gedicht, omdat het gedicht emoties uit en het over de aarde/natuur gaat. De dichter denkt over de liefde als iets groots met veel details, aangezien hij ook de grote dingen en de details van de aarde beschrijft. (De dichter heeft het zowel over de bergen die “tot de hemel komen” en over de bloemen die naast elkaar groeien.)
Hij maakt een vergelijking door in de twee octaven in de eerste zes regels de aarde aan bod te laten komen en in de laatste twee regels steeds zijn liefde. Zo ontstaat een terugkerende rangorde van regels, waardoor het gedicht overzichtelijker wordt en meer samenhang gaat vertonen.
Ik vind dat de dichter de vergelijking heel mooi heeft gemaakt, omdat hij de hele aarde en zelfs een deel van het heelal (de maan) met zijn liefde vergelijkt. Dat lijkt me moeilijk, maar zoals de dichter het weergeeft lijkt alles heel samenhangend en logisch.
Abonneren op:
Posts (Atom)